De commissie Brinkman
Het gaat slecht met de dagbladpers en de opiniebladen. Vooral de regionale kranten hebben inmiddels zo weinig adverteerders en abonnees, dat uitgave en verspreiding ervan onrendabel dreigen te worden. De commissie Brinkman kwam vorige week met voorstellen om het tij te keren, die onze hoofdredacteur Jan Geert Majoor als ‘niet erg overtuigend’ kwalificeerde. Toch kan het niet zo moeilijk zijn om weer een bloeiende (regionale) pers te krijgen; namelijk door kranten te maken met nieuws dat de lezers willen lezen.
Als belangrijkste redenen voor de teruggang van de kranten worden nu genoemd: de opkomst van gratis kranten, waardoor vooral jongeren het gevoel hebben dat nieuws gratis is of moet zijn en de opkomst van nieuwssites. Krantenredacties publiceren hun nieuws op eigen sites, maar slagen niet om daar geld mee te verdienen. Sitelezers zijn vaak ’freeriders’: het nieuws dat zij lezen, wordt betaald door de abonnees. Ook dit blog kan alleen bestaan bij het feit dat er abonnees bereid zijn om te betalen voor mijn stukjes in de papieren krant.
Het is verbazend hoe gemakkelijk deze verklaringen als juist worden overgenomen. Ze zullen zeker een rol spelen, maar de teruggang van de landelijke en regionale kranten dateert al van voor de opkomst van gratis kranten en internet. In 1986 bereikte het aantal abonnees van het LD met 50.000 het hoogtepunt. Sindsdien maakt de krant een langzame glijvlucht. Toen ik in 1990 op de redactie kwam, braken hoofdredactie en directie zich al het hoofd over de vraag waarom het abonneebestand afkalfde. Toen had nog nooit iemand van gratis kranten en van internet gehoord.
Er zijn veel oorzaken voor de verminderde populariteit van de kranten. De komende dagen wil ik eens een aantal daarvan doornemen en mijmeren over manieren om de belangstelling te vergroten. Adviezen voor kranten in het algemeen heb ik niet, ik ken maar één krant, te weten mijn eigen LD.
Eén oorzaak wil ik hier alvast noemen, en dat is, paradoxaal genoeg, het vakmanschap van de journalisten. Een krant is een dagvers product dat dagelijks wordt samengesteld uit een baaierd van nieuwsbronnen. De ene dag is er veel nieuws, de andere dag weinig. Soms domineert het sociaal-economische nieuws, soms is er nieuws uit de gemeenteraad, dan weer gaat Michael Jackson dood. Toch wil je, als redactie, dagelijks een krant maken volgens de formule van de krant. De krant van morgen moet lijken op die van vandaag en die van overmorgen, van volgende week en zelfs die van volgend jaar. De formule, de cultuur van de krant, de ‘look and feel’, de wens om uit steeds wisselende nieuwbronnen een consistent product te maken, dat alles zit diep verankerd in het vakmanschap van een redactie. De lezers willen dat ook. Je gaat immers ook niet naar een bakker die de ene dag alleen stokbroden bakt en de volgende alleen roggebrood.
Maar in het snel veranderende Leiden is het vasthouden aan steeds dezelfde formule ook een handicap. Er zijn de afgelopen decennia, laten we zeggen sinds 1986, nieuwe groepen mensen in de stad komen wonen die door de redactie domweg niet zijn opgemerkt, omdat zij zo gefixeerd was op het bedienen van dezelfde groep lezers met steeds hetzelfde, vertrouwde product. Om in bakkersterminologie te blijven: wij leverden gezond volkorenbruin, maar steeds meer Leidenaars willen liever speltbrood, witplus en omega-driebrood. En dat hebben we niet in ons assortiment.





