Ondraaglijk licht leven 2
Gisteren betoogde ik op deze plek dat jongeren tijdens een recessie gemakkelijk kiezen voor beroepen en carrièremogelijkheden die hun kansen op werk eerder verkleinen dan vergroten. Dat betekent dat een recessie voor hen het langste duurt. Pas aan het einde van de laagconjunctuur, als sommige sectoren van de economie allang weer bloeien, komen zij aan het werk.
Er is één belangrijk verschil tussen de kredietcrisis en de grote recessie van de jaren ‘80: de meeste jongeren combineren nu een opleiding met een bijbaan. Dat maakt de ‘generatie Y‘ minder kwetsbaar voor een economische omslag dan 25 jaar geleden. Ze weten beter hoe de arbeidsmarkt werkt, waar de kansen liggen en waar niet. Ze zijn niet wereldvreemd.
Ik ben het dan ook niet eens met Maaike Boersma, die in De Pers loopt te somberen over de kwetsbare jongeren. Nee, ze hebben nooit eerder een recessie meegemaakt. Nee, ze passen hun uitgavenpatroon niet aan. Maar ze zijn veel beter geworteld in de samenleving dan wij destijds. Het is nu hun opdracht om de ’no future-reflex’ te vermijden en te zoeken naar terreinen van de economie die wél kansrijk zijn.
In de jaren ‘80 was het als student echt niet de bedoeling dat je er ook nog bij werkte. Je had wel ‘werkstudenten’, maar dat waren zielige lui die, zo was het algemene (voor)oordeel, ‘niet genoeg aandacht aan hun studie konden besteden’. Alleen in de zomer mocht je wel augurken gaan inmaken bij Ruiten Troef Conserven in Roelofarendsveen, kurken op flessen jenever van Lucas Bols slaan in Haarlemmermeer of schoonmaken in het (toen nog) AZL. Het móest juist naar productiewerk zijn, dan was je daarna weer verzoend met je status van ‘maatschappelijk vrijgestelde’. Werken gold bovendien als onzedelijk: je stootte het brood uit de mond van ‘werkende jongeren’, die na het behalen van hun mavo-, havo- of vwo-diploma direct aan het werk gingen. Die had je toen nog.
Het is ook niet zo dat de veertigers van nu, die al eens een recessie hebben meegemaakt, daardoor beter zijn voorbereid op de crisis die komen gaat. Wij wisten in de jaren ‘80 niet wat wij moesten doen om onze kansen te vergroten, eerder, zoals ik boven al stelde, verkleinden velen van mijn generatie die juist. Maaike Boersma citeert in De Pers psycholoog Sander Koole. ,,Jongeren kunnen hier (de recessie) moeilijker mee omgaan dan de oudere generatie.” Waar baseert hij dat op? Als we het toen niet wisten, waarom dan nu wel?




