Tweed uit de Rijn- en Veenstreek
Voor mij op tafel liggen twee A4′tjes waarop acht lapjes stof zijn geniet. Het is tweed van schapenwol uit de Rijn- en Veenstreek. De tweed is gemaakt van vier zakken wol die ik een maand geleden naar het bedrijf Ecological Textiles in Roermond heb gebracht. Die wol kreeg ik weer van Saskia Joha, Jan van der Werf en Peter Kooter, drie schapenhoudende boeren in de streek, nadat ik daar uitgebreid om had gebedeld. Het is ongelooflijk dat zulke warrige, geurige, vette dotten wol zulke prachtige en gevarieerde stoffen kunnen opleveren.
Als ik door de Rijn- en Veenstreek fiets of rijd, zie ik overal schapen in de wei. Al lang vraag ik mij af waartoe die dieren dienen. Veel koeienboeren hebben ook schapen, zo op het oog zonder duidelijke reden. De inkomsten van de wol (tussen de 50 cent en de 1,50 euro per kilo, met uitlopers tot 2 euro) wegen niet op tegen de kosten van het scheren (3 tot 4 euro). Alleen lamsvlees levert geld op, maar niet veel. De verwerkingskosten van een schapenkarkas zijn bijna net zo hoog als de opbrengsten. Veel delen van schapen zijn niet bruikbaar. Maar ja, voor een boer is elke cent er één.
Alweer lang geleden ging ik op vakantie naar het Hebrideneiland Harris. Het landschap bestond uit golvend grasland dat bezaaid was met grote grijze rotsblokken. Overal sprongen schapen rond. Temidden van die rotsen stonden kleine textielfabrieken waar ‘Harristweed‘ werd gemaakt: prachtige wollen stoffen. Sommige waren soepel en zacht, andere kriebelig en hard als een plank.
In al mijn naïviteit dacht ik: als Harristweed bestaat, zou er dan ook geen Rijn- en Veentweed kunnen bestaan? Een mooie, wollen stof van schapen uit het Groene Hart, ambachtelijk geweven, en dat je daarvan dan mooie kleding zou maken. Bijvoorbeeld jasjes voor buiten, of een mooi pak, of nu ja, wat de couturiers maar kunnen verzinnen. Het zou de bekendheid van de streek vergroten, de identiteit van de bewoners versterken – en wie weet, leiden tot een betere prijs voor de schapenwol.
In Nederland is niet veel textielindustrie meer over. Niemand verwerkt nog lokale wol. De Nederlandse Wolfederatie is het enige overgebleven bedrijf dat wol koopt. Het wordt samengeperst tot balen en in 20-voetscontainers naar China vervoerd, waar er scheerwollen kamerbreed tapijt van wordt gemaakt. Alles gaat op de grote hoop, kwaliteiten worden niet langer gescheiden. Wolhandel, -verwerking en-verkoop is helemaal geglobaliseerd.
Na uitgebreid zoeken kwam ik in contact met Marita Bartelet van het Roermondse bedrijf Ecotex. Zij was enthousiast over mijn voorstel, vooral vanwege de duurzame, groene kant ervan. Als tweed lokaal wordt gemaakt, of althans, in West-Europa, wordt geen kostbare fossiele brandstof verspild, geen CO2 uitgestoten, wordt nieuwe, lokale werkgelegenheid gecreëerd. Ik bracht vier zakken witte en zwarte wol naar haar, waarvan zij prachtige, stoffen liet maken. Hele dunne, soepele. Hele dikke, stevige. Twee kleuren antraciet. Crème, drie kleuren bruin. Het is een wonder. En dat is dan nog maar een proef en niet eens het eindproduct dat zij in gedachten heeft.


(2 x gestemd, gemiddeld: 4,50 uit 5)


Geweldig initiatief! Graag meer over dit onderwerp. Gaat Ecotex verder met echte Groene Hart Tweed?