Luister naar Het Onbekommerde Leven

In 2007 zijn de kleine geschiedenisjes rond de familie van Hans Brinker te volgen geweest in de krant. Ze staan gebundeld, met de foto's, in het boek 'Het Onbekommerde Leven', dat in de boekwinkels en via deze website verkrijgbaar is. De afleveringen zijn nu ook te beluisteren, met de frequente van een aflevering per week! Peter Veenendaal, hoofd Radio Nederland Wereldomroep, heeft de teksten ingeproken. U kunt de eerste aflevering beluisteren door hieronder op het driehoekje te klikken.



Rijke huisbaas
Ik ben opgegroeid in Amsterdam-West in de jaren vijftig. De vuilnisman uit die dagen was een van de velen die door de straat kwamen; de bakker, melkboer en groenteman. Mijn vader was slager dus die zorgde zelf voor het vlees. Maar wel kwam de voddenman met een bakfiets, de schilleboer met een paard en wagen, de ijskar van Jamin. Op zondagmiddag de zuurkar. Daarbij liep een vrouw met een zwart mutsje op en ze riep: ,,Uitjes uit de wijnazijn, mooie komkommer en zure hááááring... ’’
Koppen in de Beemster
De foto van april 1953 was met de gidsen een weekend logeren in en om de boerderij van de familie de Wildt in de Beemster. De club had zijn gidsenhol boven de kleuterschool in De Goorn. Ik was toen 12 jaar. Ik zit in het midden naast de leidster Tonnie van Putten. Dit was een hoogtepunt, zo'n weekend. Hoefde je thuis niets te doen. Mocht je buiten op een zelf gemaakt vuurtje eten koken, deden we een speurtocht, hadden we zaterdagavond een kampvuur en werd er een mooi verhaal verteld.

De eendagsschool. Een kleuterervaring uit 1949
Als ik een kleur moet kiezen is het altijd groen. Misschien is dat wel omdat mijn eerste diepe emotionele herinnering met de kleur groen te maken had. De klas was licht groen, de wanden van het toilet iets donkerder groen en de stortbak was boven mij donkergroen. Alles klonk er hard en koud, terwijl de groene dikke radiator in de WC toch warm was.
Een familiegeschiedenis in foto's

Thea van Honk, Oudenbosch

Hein melkt de koeien op de meent
Hein is aan de beurt om de koeien te melken. Dit gebeurt op de Hilversumse meent, in gebruik door Stad en Lande zijn moeder dit is een erfgooier. Je mocht er 12 koeien en een paard hebben lopen.
Gijs, de goosje
Heel het dorp leek wel bezaaid te zijn met mannen die maar één doel hadden: het leven van ons Rijnsburgers zo prettig en makkelijk mogelijk te maken. De slagers met een grote mand vóór op de fiets, de melkboer en de groentenboer met paard en wagen, de visboeren die hun waren aanprezen met hun luide roep. De bakkers en de lorrenboeren met hun bakfiets, van tijd tot tijd de scharensliep, en niet te vergeten de goosjes (negotie) of marskramers, mannen die regelmatig met een koffertje vol garen, band, pleisters, kammen, knopen, knijpers en wat dies meer zij, aan de deur kwamen om zo hun kostje bij elkaar te scharrelen.
Een perremanentje, net als de dames van plezier
Mijn oma had vroeger samen met mijn opa een kruidenierswinkel op de Gelderse kade in Amsterdam. Hard werken, ze kon er mooi over vertellen.

Huilreportage
Op maandag was het wasdag en mijn moeder moest toen vaak even naar de schuur om de was te doen en mijn zusje begon altijd te huilen als mama uit het zicht was.
Ik probeerde haar te troosten, maar dat lukte meestal niet. Op deze dag kwam er een thuisfotograaf langs en die heeft een reportage van ons gemaakt die we de "huilreportage" noemen.

 
Ineke van der Veek, Lisse
Onbekommerd verleden
Schuim slaan kon mijn vader als de beste. Een rijke, volle laag sierde elke ochtend kort zijn wangen, nonchalant veegde hij met de nagel van zijn linkerduim het schuim van de lippen. Hij zag er dan uit als een witte neger.
Amandelen knippen
In de laatste klas van de Katholieke meisjesschool werden we voor het eerst onderzocht door een schoolarts. In die tijd was ik behoorlijk doof. Dat zat in de familie, zei men. De arts constateerde vergrootte neusamandelen. Die moesten eruit.
Familie-album

Jan Wagenaar

Kokend water bij de kruidenier
Ik had een tante in Schiedam, die kon voor een klein bedrag een emmer kokend water kopen bij de waterstoker; dat was gewoon de kruidenier.  Wij hadden thuis gas en lichtpenningen voor in de meter. Als het op was zaten we in het donker, dan werd er gauw een zilveren gulden in gedaan.

Mevr. B.Snoek-v.d.Waarden, Weesp
Grauwe erwten dorsen voor een Amerikaanse camera
Op de foto is mijn vader aan het grauwe erwten dorsen met de vlegel. Dit gebeurde elk jaar in augustus achter het huis. De erwten waren voor eigen gebruik, nu wel, maar in de voorgaande jaren werden er ook bewaard als zaaigoed voor het volgende jaar, voor al in de oorlog. Als de erwten er uit waren werden ze op een dienblad gedaan en moesten we de slechte er uit halen. Dat was een naar werkje, erwt voor erwt bekijken.
Rijke huisbaas
Ik ben opgegroeid in Amsterdam-West in de jaren vijftig. De vuilmisman uit die dagen was een van de velen die door de straat kwamen; de bakker, melkboer en groenteman niet. Mijn vader was slager dus die zorgde zelf voor het vlees. Maar wel kwam de voddenman met een bakfiets, de schilleboer met een paard en wagen, de ijskar van Jamin. Op zondagmiddag de zuurkar. Daarbij liep een vrouw met een zwart mutsje op en ze riep: ,,Uitjes uit de wijnazijn, mooie komkommer en zure hááááring...
Buiten de stad
Tot 1955 had ik een baan in Leiden. We werkten toen 45 uur in de week. Ook op zaterdagochtend werd er gewerkt. Tussen de middag was voldoende tijd om naar huis terug te fietsen, om de warme maaltijd te nuttigen. Man was dan ook verplicht in de plaats te wonen waar men werkte. Een personeelslid kon in Leiderdorp een goede nieuwe woning krijgen, wat in Leiden onmogelijk was. Maar aangezien Leiderdorp een eigen gemeente had, werd het beschouwd als 'buiten de stad' wonen. Hij vroeg hiervoor dan ook toestemming. Zo'n verzoek had zich nog nooit eerder voorgedaan.Het werd dan ook hoog opgenomen. De directie van het bedrijf besloot het goed te keuren. De afstand bleek in redelijke tijd te fietsen. Het werk zou er geen schade door kunnen lijden.
Een fiets voor een duppie
Ik ben geboren in 's-Gravenhage in de Bethlehemkliniek in de zomer van het jaar 1944. De hongerwinter voor het westen van ons land moest nog komen. Ons gezin woonde in Voorburg alwaar mijn vader onderwijzer was op een rooms-katholieke jongensschool. Wij woonden met zijn zessen in een portiekwoning aan de Montfoortstraat 33, twee hoog. Heerlijk vond ik dat boven wonen, want dan kon ik door het voorkamerraam heerlijk naar buiten kijken.
Het leven op de Nieuwesluis in de jaren tussen 1950 en 1965
Mijn naam is Jan van der wal, ik ben geboren op 21 maart 1950 in het huis met nummer elf op de Nieuwesluis Tegenwoordig is dat huis no. 13 een dubbel woonhuis toen, onze buren aan de rechterkant waren de familie De Jong met de kinderen Geeske, Trudie en Harry, maar ik denk dat ze nog meer kinderen hadden, maar dat kan ik mij niet meer herinneren en aan de linkerkant Cor Wijn, de postbode met z`n vrouw. Toen ik ongeveer vijf jaar was zijn we verhuisd naar huisnummer 37 wat tegenwoordig no. 51 is, het allerlaatste huis aan het eind bij de pishoek. Ik woonde daar met m’n vader en moeder Ep van der Wal en Stien Mereboer en m’n broers IJsbrand en Jaap. Ik was de jongste van het gezin. Ik weet me nog te herinneren wat er in die jaren langs de deur kwam, (1955 tot 1965). En wat voor bedrijvigheid er allemaal was.
Berliner bol
In Amsterdam Oud Zuid kwam in de 50 er jaren langs:

Berliner Bol!
Wie zijn vrouwtje wil tracteren
moet Berliner bollen proberen
Berliner Bol!
Bij de koffie, bij de thee
neem je Berliner Bollen mee
Berliner Bol!!!!

H.F. Arentsen
De mannen aan de deur
Toen ik weer een verhaal uit het verleden las, moest ik denken aan de mensen die in mijn jeugd in Amsterdam tussen 1947 en 1957 langs de deur kwamen. Daar had je bijvoorbeeld de 'poetsman' dat was een klein mager mannetje met een alpinopetje in een vlekkerige regenjas, die langs de deuren ging om het koper dat op de buitenkant van het huis zat te poetsen, de deurknop, brievenbus en de bel.
De motorman
De vrije zondag zou deze keer eens benut worden voor een bezoekje aan Oma. Vanuit Zuid-Holland richting Noord-Holland rijdend genoot ik volop van de mooie zomerochtend. Heerlijk op het zweefzadel van onze motor zittend zwaaide ik vrolijk naar de man van de wegenwacht, op zijn gele motor met zijspan.
Mijn eerste auto, een DAF 600!
We waren al enkele jaren getrouwd, we hadden nog geen kinderen en we spaarden voor een zeilboot, toen mijn moeder opeens met het voorstel kwam, dat we i.p.v. een zeilboot beter een autootje konden kopen, en zij zou dan ook wat geld erbij leggen ! En zo hebben wij, heel dankbaar en vol trots, onze eerste 2e hands-auto gekocht, een DAF 600.We woonden in een toen nog erg katholiek dorp en al gauw ging het praatje : “Eerst een auto en nog geen kinderen ?”!!! Daarna kregen wij een zoon en een dochter, heel gelukkig.
Wiedewoep van je hopsasa
Toen ik kind was, woonde ik in Haarlem in het Bavodorp. Geen auto's, alleen handkarren of de schillenboer met zijn paard. Het spel dat wij buiten speelden ging als volgt: twee groepen kinderen gingen in het midden van de straat gearmd tegenover elkaar staan. De ene groep deed een stap achteruit en zong dan: ,,Lie, lie, kermislie, zet een potje lie!''
Eerst maar eens een fatsoenlijke muts
Mijn wiegje stond in Ravenstein, een klein, oud en mooi stadje aan de Brabantse oever van de Maas. Op 1 mei 1946, werd mijn moeder ’s ochtends in het gasthuis bij de nonnetjes opgenomen, waar ik later die dag met hulp van dokter Sluyters, de enige huisarts in de omgeving, ter wereld kwam. “Geboren op de Dag van de Arbeid en ze heeft niet eens rood haar!”, riep hij uit.
Mijn aankomst in Nederland
Hoewel het meer dan een halve eeuw  geleden is dat ik als dertienjarige jongen met mijn ouders vanuit het toenmalige Nederlands-Indië  in Nederland aankwam, kan ik me die dag van aankomst nog heel goed voor de geest halen.
Een fris en stevig briesje waaide over het promenadedek van het m.s. "De Tegelberg" op die vroege en donkere morgen van de zeventiende juni. We voeren voor de Nederlandse kust richting IJmuiden. De Tegelberg  vervoerde op deze reis meer dan 1800 mannen, vrouwen en kinderen. In de ruimen van het voorschip sliepen de mannen en jongens van 10 jaar en ouder en in het achterschip de vrouwen en kinderen tot 10 jaar. Enkele weken geleden zijn wij uit Tandjong Priok, de haven van Batavia vertrokken.
Gelukkig met pattelille

De uitdrukking 'tripelen' heb ik nog nooit gehoord, maar in de jaren vijftig woonden wij met een hele groep families uit Indonesië bij elkaar in een buurtje en speelden we veel rover en reizigertje, maar een steeds terug komend spel was het spel zoals in het artikel genoemd, wij noemden het echter iets als pattelille. Er was nog een andere naam, die weet ik niet meer. Vaak gedacht: ”Zouden er nog kinderen zijn die dit spel spelen?” De spelregels, alles klopt, alleen hadden wij een weilandje in de buurt en konden we ook wel een sleuf in de grond maken i.p.v. de stenen. Helaas is dit alleen een herinnering, geen foto’s. Wel een goede herinnering, met niets gelukkig zijn en je vermaken met zo’n groep, ook nog verschillend in leeftijd.

Sonja Arnoldus-Hemsing

Volks cricket of putslag
Recentelijk las ik over het "volkse cricket". Dat was een enigszins bekend spelletje, in Utrecht speelden we dat ook al werd dat door ons "putslag" genoemd. Er werd een houtje van zo'n 15 centimeter een beetje puntig gesneden en dat werd op de rand van een putdeksel gelegd.
´k Weet niet waar je woont
Ik woonde in Den Haag en het volgende aftelversje werd regelmatig gezongen, terwijl de kinderen om de beurt werden aangewezen.

Boer mag ik een peentje?
‘k weet niet waar je woont.
‘k woon al op de Dennenweg,
daar groeien de peentjes langs de weg.
Boer mag ik een peentje? ‘k weet niet waar je woont.

Acht gestikt in Havermout

Of het volgende aftelversje aardig was? Dat ik het indertijd bizar vond staat mij nog goed voor de geest. Ik hoorde het van Nelie Wiegman, het was 1955 en we zaten op de Openbare Lagere School te Westerland. De school was toen nog gevestigd op z`n oude plaats naast de kerk, nu is daar het dorpshuis.

Het ging als volgt:

Heden overleden juffrouw Smit
Twee schele ogen en een hazelip.
Twintig kinderen twaalf getrouwd, acht gestikt in de havermout.
Iet wiet waait is eerlijk weg.

Marietje Boersen-Bron, Hippolytushoef

De Wegenwacht op pad

J. Vermeulen, film en fotoarchief ANWB

Ganzenborden
Is deze foto niet heerlijk onbekommerd? Ganzenborden speelden we kennelijk op die zondagmorgen, in de eerste helft van de jaren vijftig. De zondagochtend was het vaste wekelijkse moment van mijn ouders, mijn broertje en mij om spelletjes te doen.
De Mariaschool in actie

Ik heb destijds met drie meiden intensief kranten opgehaald. Ik zat in de 4de klas lagere school. Ik ben nu 59 jaar,dus reken maar uit. In een van de kranten toen is aandacht geschonken aan onze actie om geld in te zamelen voor de bouw van een nieuw seminarie.

Barry Brama

Langs de deur
In de krant stond het verhaal van de schillenboer en de bakker die langs de deur kwamen. En ook de man van het ziekenfonds. Maar bij heel veel mensen kwam ook de man van het dooienfonds langs.  Ook de man van de vakbond en van de speeltuinvereniging kwam contributie innen. De kruidenier kwam met bakfiets of met de transportfiets, met grote mand boodschappen voorop, de bestellingen brengen. En dan kwam ook de voddenboer langs: Lorruhh, lorre en oude metaluhhh….. was de roep als hij met bel en handkar langskwam. Ook de melkboer met zijn melkbussen op de bakfiets en het litermaatje en halve- litermaatje reed dagelijks zijn ronde.

M. Glandorf
De meester heeft een sik
Misschien overbekend, dat weet ik niet, maar ik stuur hem toch:
 
"Ikke, pikke, porretje
de meester heeft een snorretje
de meester heeft een sik
af ben ík."
 
A.C. de Jong Schouwenburg
Thuis in het Maagdenhuis
In juni 1951 werden wij (vier zussen Veva (7), Bep (8), Cor (11) en Ank van 12 jaar) naar het weeshuis Maagdenhuis in Amsterdam (mijn moeder heeft daar vanaf haar derde tot en met haar achttiende jaar gewoond) gebracht en mijn twee broertjes (Ton (5) en Jos van 6 jaar) gingen naar het St. Jozefs Kindertehuis op de hoek van de Zijlsingel/Brouwersvaart en mijn 2 oudste broers (Jan 13- en Piet van14 jaar) bleven thuis. Waarom? Mijn moeder was ziek,maar later bleek dat zij in verwachting was. Dat hoorde ik pas toen mijn broertje Paul op 27 november geboren was.
Eigen Schuld, dikke Bult
Het gebeurde in 1958. Op een lagere school. Het gebouw was een zgn Finse school. Dat wil zeggen: laagbouw met asfaltpapier op het dak. Die dakbedekking was niet van de beste kwaliteit en menigmaal moest de hulp ingeroepen worden van een loodgieter. De school was pas in 1957 in gebruik als lagere school.
Mijn eerste "juffen" op school
Het is het jaar 1952. De nieuwe eerste klas op de grote school was niet groen, de muren okergeel. Heel veel kinderen die allemaal even onzeker waren als ik. Een beetje achterin zat ik in de middelste rij. Voorin de klas was een podium, waardoor de juffrouw altijd naar beneden moest kijken en ze kende iedereen binnen een dag al bij de naam.
De Merkenolympiade
Het moet ergens in de jaren 1947-1948 voorgevallen zijn. In veel kranten stond toen op een dag een hele pagina met , ik denk zo ongeveer 60 kleine advertenties. In kleur , en dat was al bijzonder genoeg toen. Alle advertenties hadden exact hetzelfde formaat. Meestal stond er slechts het logo of het product van het bedrijf/fabriek op.
Een bleekneusje naar de vakantiekolonie
Ik was een bleekneusje, daarom moest ik met een ander zusje in 1957 naar de vakantiekolonie. Dat gebeurde in de zomervakantie om maar niets van de school te missen. Ik was toen bijna elf jaar en mijn zusje acht jaar. Wij moesten naar Hellendoorn (Overijssel). De vakantiekolonie heette 'De Reggeberg'.
Gebedjes uit mijn jeugd

Niet te geloven, hoe dat was begin jaren '50! Het engelen gebedje lijkt eigenlijk best modern in vergelijking met de de andere twee. Het plaatje van de Heilige Kindsheid [Die naam alleen al!] komt uit de tijd van het zilverpapier en melkflesdoppen sparen voor de Missie. We namen dat mee naar school. De Heiligen plaatjes kregen we op school als beloning voor hoge cijfers of erg goed je best doen. We verzamelden ze en ik heb ze nog steeds.

De ondeugende zoon
In vroeger jaren was het de gewoonte in veel roomse gezinnen om voor het slapen gaan de rozenkrans te bidden. Zo hadden wij een oom en tante waar dit ook elke avond gebeurde. Ze hadden een heel stel kinderen die dan braaf op hun knietjes de hele rozenkrans + litanie afraffelden. Moeder bad voor en vader en de kinderen deden de rest.
Gebarentaal der Indianen
Ik kan mij het verzamelen van plaatjes bij sigaretten, kauwgom of zelfs chocoladerepen nog goed herinneren.
Hoe krijg je toch je zin!
In de jaren 50 was het de gewoonte de koningin op 30 april met vaderlandse liederen toe te juichen. Dat had plaats op de Grote Markt.
Alleen de 6de klas “mocht” meedoen. Lopend ging het vanuit Haarlem-Noord naar de Ripperdakazerne. Aldaar ontving elke deelnemer een vlag met een stok van ongeveer 125 centimeter. Binnen de kortste tijd gingen de jongens elkaar pesten door met de stok op de diverse hoofden te tikken.
Hoe vervoer ik een explosief ?
Naast onze lagere school was een landje: een braakliggend trapveldje. Voor dat de school begon vermaakten de leerlingen zich daar.  Tot op zekere dag een leerling bij de meester kwam met de mededeling: ”Meester, d’r ligt een bom op het landje.
Het Petje
Geweldig om het verhaal van het Petje te lezen. Hier volgt de tekst, ik kreeg het in de begin jaren zestig, misschien zelfs in 1959.  Het moet ook met de juiste gebaren worden voorgedragen.
Hard werken bij de Nederlandse meisjesclub
De kroniek over de padvinderij trof mij in het hart. Het was een enige tijd, zelf werd ik als 11-jarige gevraagd lid te worden van een meisjesclub. Dat heeft mij een grote ontwikkeling gegeven. Precies op een goed moment en daar heb ik al heel vroeg leidsters als Corrie ten Boom uit Haarlem ontmoet.
Kaarten om Chief Whip
Chief Whip, dat engelse sigarettenmerk... Het bracht bij mij (geboren in 1946) herinneringen naar boven aan mijn lagere schooltijd. Een school in Den Haag,een klooster er naast.Een school gebouwd van rode bakstenen,rondom een speelplaats. Via twee stenen poorten,die tegenover elkaar lagen,kwam je het schoolplein op.
Een steenkoud weekend dat God niet kon verwarmen
Het is het jaar 1954. De put met de watermeter in de voortuin was onder de houten tussendeksel door mijn vader voorzien van veel stro en oude kranten. Het vroor dat het kraakte. De ramen op de overloop waren voorzien van twinkelende ijsbloemen van boven tot beneden. De vitrage voor het raam op de slaapkamer van mij en mijn broertje was vast gevroren aan het raam. Als je op de kamer met getuite mond je adem uitblies was het net of je rookte, alsof je een stoomtrein was. 's Avonds voor het slapen gaan was het een en al gebibber; je lag zelfs wel een kwartier na te bibberen onder de dekens, zelfs onder twee dikke wollen en een rood gestikte deken, die door mijn moeder zelf was gemaakt, met een kilo kapok erin.
Toen was geluk nog heel gewoon

De foto is gemaakt in het jaar 1951 van het gezin Bouwman die toen op de Maredijk in Leiden woonde. De heer Bouwman is helaas enkele jaren geleden overleden. De twee dochters Greetje en Elza zitten gezellig met hun vader aan tafel te lezen, terwijl mevrouw Bouwman een kopje thee aan het inschenken is.

Het concert van de Jaren ’50
Radio 5 presenteert vrijdag 28 september van 16 tot 18 uur Het Concert van de Jaren ’50. Het evenement brengt de hoogtepunten en grote muzikale successen uit dat tijdperk in een show met het Metropole Orkest en veel artiesten, zoals Eddy Doorenbos, Joke Bruijs en Eddy Christiani.
Communiegeld voor Hudora's
Mijn zus (van 1945) kreeg met haar eerste H. Communie een paar Hudora's met kleine wieltjes. Er waren namelijk ook grote wieltjes. De kleinere waren zo'n 3,5 cm in doorsnee. De grotere 4,5 denk ik en deze waren aanmerkelijk zwaarder. De rolschaatsen met de grotere ijzeren wielen waren volgens de verkoper te zwaar voor een opgroeiend kind en dus kreeg mijn zus kleine wielen.
Naar Engeland, voor de Jamboree van 1955
In het blad van de gidsen (helaas, de naam ben ik kwijt) lees ik een oproep tot deelname aan de jamboree in 1955. Er is een keuze : Engeland of Azië (was het China of Thailand of een ander land?) Ik zit nét op de huishoudschool en ben pas 14 jaar maar ik wil zo graag. Mijn moeder zeg dat ik dat maar aan de leiding moet vragen. Tot mijn verwondering reageren zij zeer positief. Voor ik het weet zit ik in molen.
Heitje voor een Karweitje
In de jaren 50 waren mijn broer(tje) en ondergetekende lid van de padvinderij. Mijn broer Nico en ik zijn van resp 1946 en 1944. We zaten allebei op dezelfde horde welpen: 'De Jean de Breboeufgroep' in Den Haag. Het welpenverblijf was in de kelders (naast de kolenbergplaats) van de Theresiakerk aan het Westeinde in Den Haag. Heel donker, heel knus en ook heel avontuurlijk: er was gewoon wat getimmerd in die grote kelders en dat was dan het onderkomen van de 'welpjes'.
De Amsterdamse haven

Fotograaf Ben Burgers, voormalig lid NVF. Van 1950 tot 1978 ontwerper, illustrator en fotograaf bij de Vereniging "De Amsterdamse haven".

Ben Burgers, Oostzaan

Schone kranten voor tante Wil
Geboren in 1943 en in de jaren ‘50 wonende in Amsterdam–Oudwest had ik als oudste zoon in een gezin met uiteindelijk negen kinderen weinig zakgeld van mijn ouders te verwachten. Daarom heb óók ik in onze buurt oude kranten opgehaald.
Zingen leren met beperkte middelen

Mijn vader was indertijd muziekleraar op onder meer St. Willibrordus- en St.Matthiasschool, de LTS St. Willibrord en de St. Joseph ULO in Alkmaar. Veel babyboomers kunnen hem met zijn rijzige gestalte nog goed voor de geest halen.

Ik stap er zo maar in
Een oom en tante van mij kwamen toen ik klein was met enige regelmaat bij ons op bezoek. Vaak kwamen ze binnen op het moment dat ik en mijn broers en zussen van mijn moeder naar bed moesten. Mijn moeder zei dan altijd: 'En vergeet niet je avondgebed.' Waarop mijn tante dan riep: 'Zeg maar: Onze lieve Heer, U kent mijn hart en mijn zin, ik stap er vanavond zo maar in'.
Dat vonden wij als kinderen natuurlijk prachtig. Mijn moeder reageerde er maar niet op.

Mevr. Hilhorst, Laren
Helaas een 10-min door de Vaalrivier
Blinde kaart? Tafels stampen? Hoofdrekenen algemeen? Zinsontleden en woordbenoemen? Wat heet! Vooral in de vijfde en zesde klas van de lagere school, voor mij, geboren in april 1949, op de grens van de jaren vijftig/zestig. De Christelijke Marnixschool aan de Vismarkt in Den Helder, meester Wijker voor een gecombineerde 5/6de klas.
Veertien engeltjes
Het was 1943. Een stout meisje van zeven jaar speelde buiten en klom op een paard-en-wagen kar en juist wilde de kar wegrijden... viel zij eraf. Rechterbeen onder het wiel en totaal verbrijzeld.
Wees niet boos omdat ik stout was
Na het lezen van het Onbekommerde Leven kwam spontaan in mij op: o, ja dat deden wij ook vroeger ook. Ik ben geboren in 1943 en de middelste van zeven broers en zussen. Zeker tien jaar lang heb ik een avondgebedje gebeden op de knietjes voor het bed. Wij zijn nu ruim 50 jaar verder, en na het lezen van het artikel kwam opeens het versje weer naar boven, heel bijzonder. Ik zal het opschrijven.

Lieve Jezus, het is weer avond
Naast mijn bedje kniel ik neer
Voor al het goeds vandaag gekregen,
Dank ik U mijn lieve Heer.
Wees niet boos omdat ik stout was
Iets gedaan heb wat niet mag
Morgen zal ik goed mijn best doen
En ook braaf zijn heeeeeel de dag
Zegen mij en ook mijn ouders,
Allen die ik zo bemin,
Met Uw engel naast mijn bedje
Slaapt U kindje rustig in.
 
Vind U het niet aandoenlijk?
 
Rita Dekkers-Schoordijk, Bussum
Engel van God, die mijn bewaarder zijt...
Ja, wij baden 'n avondgebed op de knietjes, en ook nog 'n gebed aan de engelbewaarder, en die ging als volgt: Engel van God die mijn bewaarder zijt aan wie de goddelijke goedheid mij heeft toevertrouwd verlicht bewaar en bestuur mij amen. En ook nog H. Thomas van Aquino help me bij het leren.

Bep Pieters
Lieve Heertje, het is weer avond...
Dit is mijn avondgebedje van in de jaren 50/60....Lieve heertje het is weer avond bij mijn bedje kniel ik neer, voor al het goeds vandaag gekregen dank ik u o lieve heer. Wees niet boos omdat ik stout iets gedaan heb wat niet mag, morgen zal ik goed mijn best doen en weer braaf zijn heel de dag. Zegen mij en ook mijn ouders, zegen allen die ik bemin, en met de engel naast mijn bedje slaapt uw kindje rustig in. Nacht lieve heertje nacht lieve vrouwtje nacht lieve engeltjes zoet, die uw kindje vanacht bewaren moet.
M. Ammerlaan Zoeterwoude
Onder uwe ouwe hoeden
Vroeger als mijn kinderen naar bed gingen dan zegde ze een gebedje dat Volgt als dit:

Lieve Heertje ik ga weer slapen
Want de dag is weer voorbij
Zegen papa zegen mama
Zegen allen die ik min.
Onder uw betrouwe hoede
Slaapt uw kindje rustig in.

Dan maakte mijn zoon van 3 jaar Van de vijfde regel het volgende: (Onder uwe ouwe hoeden)

Nu is hij 51 jaar en er wordt nog vaak om gelachen.

Mevr de Jong –Plasmeijer
Roelofarendsveen
Nuttig stampen met z'n allen
Ik ben geboren in 1951 in Haarlem. Ik weet nog goed dat ik op de lagere school, de P.H.v.d.Leijschool, o.a. de tafels moest leren en dat ging stampend met zijn allen. Het nadeel was dat als er wel eens gevraagd werd: hoeveel is 6x7, dat je dan in je hoofd eerst dat hele rijtje moest opzeggen voordat je antwoord kon geven, dat was mijn ervaring.
Morgen ben ik braver weer
Ons avondgebed.

Lieve heertje ik ga slapen
Laat mij rusten heel de nacht
Engel Gods mijn trouwe hoeder
Houd toch over mij de wacht
Was ik heden ook ondeugend
Wil niet boos zijn lieve heer
Wil vergeten en vergeven
Morgen ben ik braver weer.

W. de Reus
Hoe zachkens glijdt ons bootje
Ik weet nog wel wat liedjes uit die tijd, daar mijn oma mij heeft opgevoed en heel veel liedjes zong of opzegde. Er zijn er heel veel langs me heen gegaan.
Een halve mouw vol insignes
Ik ben geboren in 1944 en rond 1950, dus 6 jaar oud, welp bij de Ds. Fergusongroep in Den Haag. Geleidelijk klom ik op en werd helper en gids en haalde ik diverse nsignes, zoals verzamelaar.
Een vet bakkie koffie

Aan deze foto is een goed verhaal verbonden. Hij stamt uit 1958, het jaar dat ik mijn dienstplicht vervulde bij de infanterie.

Bye bye love, op ivoorkleurig plastic
Toen ik voor het eerst in 1958 de Everly Brothers met Bye Bye Love  op de radio hoorde, was ik “eeuwig”  verkocht en verknocht aan dat duo.  Waarna  het aardige nummer Wake up little Suzie volgde. Ik kreeg voor mijn verjaardag een inbouw Philips pick-up van ivoorkleurig plastic. Kocht mijn eerste plaat, een EP met deze twee nummers en hun keerzijden, waaronder  I wonder if I care as much.
Stalen naalden, tienergeweld en fixetive
Het is 1954. Mijn leeftijd is 14 jaar en ik zit op de ambachtschool in Hilversum. De muziekkeuze in die tijd (via de zendgemachtigde vanuit mijn woonplaats) zorgde er voor dat je gedwongen was te luisteren naar artiesten als Max van Praag  (O mooie Westertoren), Eddie Christiani (Zonnig Madeira) en Joop de Knecht (Ik sta op wacht)
De winnaar van een Friese monsterrit

Hierbij stuur ik jullie een verhaal en foto's over De Friese Elfsteden Wielerwedstrijd van juni 1952, die ik destijds heb gewonnen.

Een kerkzaal vol met 'boeven'
In de 50-er jaren hadden de Lambertusschool en Franciscus Xaveriusschool in Haarlem-Oost gezamenlijk een jongenskoor. Op deze lagere scholen werd les gegeven door de Broeders van Maastricht die in het naastgelegen Broederhuis aan het Nagtzaamplein woonachtig waren.
Het rijke roomse leven?
Als jochie uit een rooms gezin was het heel normaal dat je misdienaar of koorknaap werd. Zingen trok mij niet zo. Misdienaar leek leuker
In de Kerstnacht van 1955 (ik was negen jaar) moest ik de nachtmis dienen in het Maria- klooster bij de zusters Franciscanessen te Heemskerk.
Koorknaap naast Herman Strategier
Ik ben geboren in januari 1939 in Zeist. Op 13 april 1945, kwam mijn vader door een noodlottig ongeval om het leven. Hij was politieagent en moest voedseltransporten begeleiden. Onderweg met een voedseltransport werd hij nabij de Lage Vuursche vanuit de lucht beschoten en overleed enkele dagen later.
Een misdienaar bij de zusters
Salve regina, mater misericordia, iljos tua misericordia.
De stemmen vam de zusters in de kleine kapel van het zusterhuis klinken sereen maar nog wel wat nuchter. De dag is nog maar net begonnen. De zon probeert met zachte dwang de gebrandschilderde ramen boven het altaar al wat warmte te geven. De kaarsen branden, de bloemen zijn ververst, het damast ligt maagdelijk op het altaarblok. Alles is gereed voor het begin van de dagelijkse liturgie.
Bestedingsbeperking
Zelf maar één of twee jaar ouder dan Hans Brinker geniet ik telkens van 'het onbekommerde leven'. Zoveel herkenbare dingen! Maar nu wil ik toch opmerken, dat de bestedingsbeperking,vanwege de wederopbouw, een bekend begrip, in 1957 al minder belangrijk was.
Lagere school Noordwijkerhout

In de 6e klas van de lagere school hadden mijn nichtje Marianne en ik een plaatsje naast elkaar weten te veroveren in de klas van meneer Mayer.

Het begin van de TV in Nederland
Wij woonden in Bussum, in de St. Janslaan. Een portiekflat. Achter ons huis was een klein industrieterrein waar een drukkerij gevestigd was van de Muiderkring. Hier werden vakbladen gedrukt voor elektronische informatie. En daar had men al vroeg, 1956 – 1957 een televisie.
De Ruimte
We schrijven 1958–1960. De jeugd in die tijd waren de oorlogskinderen. Het land kwam er weer langzaam bovenop, maar er waren nog steeds verouderde wetten wat inhield dat je pas met 21 jaar volwassen was. Een dancing ingaan was ten strengste verboden voor onder de 21. In die tijd werd er in de Donkere Duinen in de Paddenstoel (openluchttheater) door Tom Borgerding op zondag 's middags muziek gedraaid waar dan ook velen van ons naar toe fietsten om er een gezellige middag van te maken.
Kapahdaw

Caran d'Ache was in de jaren  dertig  een wereldmerk op het gebied van kleurpotloden. In de Russische taal betekent het woord Carandache (KAPAHDAW) dan ook potlood.
 
P. Boodt
Bovenleidingen repareren
Mijn vader was monteur van de bovenleidingen van remise Voorburg en verre omgeving. Hij werkte met een kleine werktram met een geïsoleerde bak erboven op. Dat was gevaarlijk werk en in nacht en ontij kon hij uit zijn bed gebeld worden om bovenleidingen te repareren.
Potloodkauwers
Het stukje over het onbekommerde leven op school en het uitdelen van de potloden is voor mij heel herkenbaar. Bij mij op school kreeg ieder kind aan het begin van het schooljaar een nieuw potlood. Daarbij werd gezegd dat wij in twee groepen verdeeld zouden worden. Groep 1 was zuinig op zijn potlood en kreeg zodra er nog ongeveer vijf centimeter van het potlood over was een nieuw potlood.
Een jonge moeder in de jaren '50 (2)
Zo hadden we dus een baby en waren we gelukkig.Van de vorige bewoners hadden wij de kolenhaard overgenomen. Rond van boven,maar er kon nog wel een keteltjes op staan. Dat was makkelijk voor koffie of theewater. Brandstof was duur,dus in de maand mei als het vakantiegeld kwam, besteedden wij dat aan antraciet en lieten dan het kolenhok op het kleine plaatsje volgooien met brandstof.
Jeugd in Roosendaal

Marijke van der Horst, Den Haag (opgegroeid in Roosendaal) 

In het badhuis
Ja, zo'n foto van een meisje in zelfgebreid truitje (door de vrouwenbond ?) en het verhaal over inktpotjes, een zelfgemaakte inktlap met knoop, zegt mij wel iets.
hoewel onbekommerd, zo'n lagere school...
Nostalgie in een gezin van zeven
Ach, zo heerlijk om op te groeien in een gezin met zeven kinderen. Er was altijd wel iemand te porren voor een spelletje dammen, Pim Pam Pet of Mikado.
Bij ons in de Oosterspeeltuin
De foto van het jongetje op de pony met een cowboyhoed op maakt veel leuke herinneringen bij mij los. Bij ons in de Oosterspeeltuin in Amsterdam - hoek Czaar Peterstraat, bij de Funenmolen  en het oude badhuis (waar wij dus 1x per week gingen douchen voor 5 cent 1 stukje zeep en 1 handdoek) - kwam regelmatig een fotograaf. Hij vroeg dan of je op de foto wilde en natuurlijk zei je ja, niet beseffend dat je je ouders op kosten joeg. Maar kijk naar de foto, onvergetelijk mijn vriendin Truusje en ik zelf tanden aan het wisselen en een pleister op mijn knie wat een schoffies hè.
Sparen voor de picknick

Wij kregen als kinderen elke zondag zakgeld: ik als oudste een kwartje, mijn oudste broertje een dubbeltje, mijn jongste broertje een stuiver en mijn kleine zusje een cent. Daar mochten we niet mee doen wat we wilden. 

Gevormd op een afschuwelijke doordeweekse dag
Ik ben geboren in december 1946 en ben gevormd toen ik 11 of 12 jaar oud was, dus in 1958 of 1959. Ik herrinner mij dat de voorbereiding bijzonder was, een mooi boek om in te werken en er werden prachtige verhalen verteld. Je moest een vormnaam kiezen en de halve klas koos toen Bernadette. Dit kwam omdat er pas heel mooi verteld was over Bernadette. Iedereen was onder de indruk, vandaar. Maar nu de dag zelf, die was verschrikkelijk.
Als kind moesten we ingeënt worden tegen de pokken. De pokken waren er als ziekte niet meer. We kregen een brief thuis dat we aan de beurt waren, de oudste drie kinderen denk ik. Mijn vader zei: "Dat gebeurt niet, onze kinderen worden niet ingeënt".
Kinderboeken in de jaren '50
Ik heb vroeger gesmuld van Kruimeltje, dat mijn moeder ons altijd voorlas. Mijn ouders waren lid van de Arbeiderspers. Dan werden er regelmatig boeken opgestuurd. Jeugdboeken die eerlijk werden verdeeld. Zo kwam ik in het bezit van 'Belfloor en Bonnevu, de twee goede reuzen'. Wat een heerlijk fantastisch boek
Onbekommerd in Koedijk

Hierbij enkele mooie foto’s van mijn schoonfamilie uit Koedijk uit de jaren '50. Toen nog met een eigen burgermeester. 

Albert Erkamp 

Een jonge moeder in de jaren '50
Bij het begin van de vijftiger jaren was ik 21 jaar en werkte bij De Twentsche Bank. Mijn salaris was f 110.- per maand. Dit geld moest ik thuis afgeven en kreeg ik f5.- zakgeld per week.
Armoe en geluk in Den Helder
Wij woonden vroeger in een doodlopende straat, hadden 6 kinderen. Iedereen had het arm, maar het was reuze gezellig. Als er sneeuw lag, mochten wij met de slee achter dokter Swaters zijn auto met een touw. Er waren toen nog maar weinig autos, alleen de dokter, de cooperatie, die kwam voor boodschappen langs de deuren, en de Eendracht, dat was de bakker.
Dienstplicht op de Karel Doorman
Ik heb mijn dienstplicht bij de marine gedaan als reserve officier zeedienst in de jaren 1962/1963. Wat mij vooral is bijgebleven is de enorme angst voor incidenten bij het beroepspersoneel. Ik heb een reis meegemaakt met ons enige vliegdekschip de "Karel Doorman"
Een radiotelegrafist in dienst
Ik was in die tijd een erg verlegen jongetje en bepaald niet militaristisch opgevoed. Mijn ouders hadden er beslist geen bezwaar tegen gehad als ik had geweigerd om in dienst te gaan. Bang voor de gevolgen deed ik dat maar niet.
De drie koningen
Bij het lezen van het Klokje van zeven uur komt er een verhaal naar boven geborreld. ik heb namelijkhet boek Kees de tuinkabouter, met onder meer de verhalen van Koning Kaskoeskilewan en zijn hofnar krokeledokus.Deze verhalen heb ik aan mijn kinderen vaak voorgelezen.Deze verhalen maakte vast veel indruk, want een paar dagen voor kerst werd het kerststalletje gezet, met drie koningen: Koning Casper Koning Melchior en........Koning Kaskoeskilewan. Ieder jaar moet ik hier weer aan denken, en soms pak ik het boek, en blader weer door mijn herinneringen.

Rob en Lydia Teeuwen

Heavenly Creatures
De jaren vijftig, daar heb ik niet veel herinneringen meer aan, hoewel ik nog een stukje heb meegemaakt. Het zal best gezellig en overzichtelijk zijn geweest, die wereld van toen. We zaten in een opbouw na een armoedige en een donkere periode. Er kwam nieuwe welvaart. Mensen waren gelukkig in hun eigen kleine omgeving. Allerlei moeilijke begrippen van nu bestonden nog niet of je had er geen weet van. Het liedje "Toen was geluk heel gewoon" dat bovenaan uw homepage staat, is daar een prima beschrijving van.
Lichting 56/6 vertelt
Ja, ik was in de jaren 50 “in dienst”. Het toeval wil dat mijn vrouw en ik laatst een uitnodiging kregen om de zeventigste verjaardag van een dienstkameraad van mij mee te komen vieren. En dan komen er natuurlijk weer allerlei dingen in je op.