Wanneer destijds op drukke zomerse dagen de trampassagiers zich van het
strand naar huis wilden begeven dienden zij zich op te stellen in de
zogenaamde schapenhokken. Die werden gebruikt om er voor te zorgen dat
men zich min of meer eerlijk kon ‘inschepen’ als er weer een tram
arriveerde. Op normale dagen werden die hokken niet gebruikt, hooguit
als speel- of schuilplaats voor de Zandvoortse jeugd. Er was een
betrekkelijk korte periode dat een schooljongen -echte Zandvoortse
naam- Jan Koper geheten, van deze schuilplaats gebruik maakte voor het
volgende. Hoe Jan het deed is mij altijd een raadsel gebleven, maar hij
kon, zonder gebruik te maken van een instrument, exact het snerpende
geluid van het fluitje van de conducteur nabootsen. Wat was nu dikwijls
het geval? Bestuurder en conducteur bevonden zich tot het tijdstip van
vertrek in een aparte ruimte bij het wachtlokaal om daar even te
rusten, een sigaretje te roken etc. Vaak ging dan tegen de vertrektijd
de bestuurder naar zijn bestuurderscabine, pakte daar wat instrumenten,
o.a. een kruk om op te zitten, en ging naar de andere zijde van de tram
(die kon immers niet keren) om het voertuig voor vertrek gereed te
maken. Zodra genoemde Jan Koper, verscholen in de schapenhokken, zag
dat de bestuurder al naar binnen was en zich voor vertrek had
geïnstalleerd, liet hij heel hard zijn niet van echt te onderscheiden
conducteursfluitje horen. Het volgende tafereel was dan te aanschouwen:
de tram begon te rijden en de inmiddels naar buiten gekomen conducteur
rende er, hard en herhaaldelijk op zijn echte fluitje blazend achteraan
om zo het voertuig tot stoppen te dwingen. Dat was voor ons jongens
dus lachen geblazen.
Hoe vaak Jan Koper deze stunt heeft kunnen uithalen is niet bekend. Er
kwam natuurlijk een moment dat de trammannen (vrouwen had je toen nog
niet) wisten dat ze in het ootje genomen werden.
Als schooljongen kwam het nogal eens voor dat je te laat was en moest rennen om ‘jouw tram’ te halen. Ik herinner mij een keer dat ik op een zomerse dag met mijn tas vol schoolboeken naar de tram rende. Bij het emplacement gearriveerd had het rijtuig zich al in beweging gezet. Gelukkig voor mij was het een rijtuig waar je nog op de treeplank kon springen om je alsnog naar binnen te werken. Ik sprintte achter de tram aan, smeet eerst mijn tas met boeken naar binnen en ‘haalde’ dus nog net de tram die ik moest hebben om op tijd op school te komen. Echter, toen ik naar binnen geklauterd was bleek mijn boekentas nergens te bekennen. Ik had te krachtig geworpen, de tas was er aan de andere zijde weer uitgevlogen en ik was dus genoodzaakt om vanaf de eerstkomende halte terug te lopen om hem op te pikken.
Ik betwijfel of meneer Gorter, onze schooldirecteur, mijn excuus voor het te laat komen voor waar aannam.
Ik zal een jochie van een jaar of 13 zijn geweest toen ik om een uur of
tien in de ochtend bij het beginpunt in Zandvoort opstapte. De tram
vertrok en bij de halte Kostverloren stapte een deftig uitziende dame
in en nam schuin tegenover mij bij het raam plaats. Even later
verscheen de conducteur, ik toonde mijn abonnement en de mevrouw vroeg
om een retourtje naar Haarlem. De conducteur draaide aan zijn
kaartjesapparaat en overhandigde haar een plaatsbewijs met de woorden:
“Dat is dan 40 cent mevrouw.” De mevrouw haalde haar portemonnee uit
haar tas, haalde daar 4 dubbeltjes en een cent uit, gaf eerst de
dubbeltjes aan de conducteur en voegde daar 1 cent bij met de woorden:
“En die is voor u!”
“Mag ik u heel hartelijk danken mevrouw?” sprak deze en vervolgde zijn weg naar de volgende coupé.
Cor Schilpzand, Zandvoort |