Een dagje Muiderberg

Het was 1953 en een mooi voorjaar kondigde zich aan. Tijd om weer eens buiten te spelen, want tijdens de lange winterdagen speelden we bijna altijd in huis. Te druk op straat. Bovendien was mijn moeder astmatisch en had het ’s winters slecht. Dat huis, drie hoog achter in de Ruijsdaelstraat in Amsterdam, had een kleine woonkamer met daarachter een zogeheten alkoof. Zo’n alkoof zat direct aan de woonkamer vast: het was er slechts van gescheiden door een kleine boog met een gordijn. In die “slaapkamer” sliepen behalve mijn vader en moeder, ook mijn broer en ik...

Niet verwonderlijk dus, dat wij uitkeken naar de tijd, dat de dagen weer gingen lengen en waarin we af en toe een uitje hadden. Zo gingen we regelmatig naar het Beatrixpark, het Vondelpark en naar het Amsterdamse bos, maar het ultieme uitje was voor ons toch altijd een dagje naar het strand in Muiderberg.

We gingen met de fiets, zoals zovelen dat deden. Auto’s waren in die tijd nog geen gemeengoed. Mijn ouders hebben er - ook in latere jaren – nooit één gehad.
In de fietstas het brood, dat Ma ’s morgens had klaargemaakt, en een paar flessen aanmaaklimonade.

Om het gevoel van het uitstapje nog wat verder te verhogen, kocht mijn vader aan de rand van Amsterdam, bij een houten kiosk, altijd nog twee flesjes coca cola. Die werden ook in de fietstas gestopt. Na zo’n anderhalf uur fietsen kwamen we dan eindelijk op het strand van Muiderberg.  Je kon er heerlijk zwemmen in het rustige IJsselmeer en zandkastelen bouwen op het strand. Je was er beslist niet alleen, want het was een geliefde plek voor nog veel meer Amsterdammers.

Moderne badpakken bestonden in die tijd niet. Velen hadden gewoon een door moeder gebreid broekje aan...

Met etenstijd kwamen de zakjes met boterhammen te voorschijn, de fles met limonade en... aan het einde van de maaltijd de flesjes coca cola, die al een paar uur in de fietstas hadden gezeten. We maalden er niet om, dat de cola dus beetje lauw was geworden. Daarvoor was de traktatie veel te groot! Voor ieder van ons dus een half flesje coca cola. De lege flesjes werden weer in de tas gestopt en later op de terugweg bij de kiosk ingeleverd om het statiegeld in ontvangst te nemen. Ja, elk dubbeltje was er één!

Tegen een uur of vier lieten we over alle zorgvuldig gebouwde zandkastelen water lopen en was het tijd om weer huiswaarts te gaan. Tegenstribbelend trokken we de natte wollen zwembroekjes uit, deden onze kleren aan, stapten weer op de fiets en gingen op weg naar Amsterdam. Na een korte stop bij de kiosk fietsten we het laatste stuk door het muffige en warme Amsterdam op weg naar ons huis in Amsterdam-Zuid. Ma maakte nog gauw een eenvoudige maaltijd klaar en daarna vielen we snel in slaap in de alkoof van ons huis in de Ruijsdaelstraat.

Niet veel later, in 1954, verhuisden we met ons gehele gezin naar de toen pas gebouwde tuinstad Slotermeer. Een grotere benedenwoning in een wijk met veel groen, waar veel na-oorlogse Amsterdamse kinderen – waaronder ook mijn broer en ik - een onbekommerde jeugd hebben gehad!

Peter Elings, Hoogkarspel
Reacties:
  
Persoonlijke info onthouden?


 

  ( Registreren / Inloggen )