Nu mijn verhaal over het Maagdenhuis. Het personeel bestond hoofdzakelijk uit nonnen (Zusters van Liefde uit Tilburg). Met mijn zusje Bep zaten wij in de kleine zaal en mijn zusjes Cor en Ank zaten in de grote zaal.
Wij sliepen boven op zolder, waar de bedden in lange rijen achter elkaar stonden met een bank voor het bed, waarop je 's avonds je kleren moest leggen er waren wel drie rijen naast elkaar. Achter in de zaal was altijd een non aanwezig en die sliep er ook.
's Morgens liepen wij twee aan twee onder begeleiding van een non naar school op de Bloemgracht. In de Spuistraat kwamen we langs het Burgerweeshuis en daar werden wij altijd uitgescholden voor Maagdenperen. Het was een fikse wandeling twee keer per dag.
De kinderen uit het Maagdenhuis droegen altijd dezelfde kleren, maar elke week weer wat anders. De kinderen op school wisten altijd wie in het Maagdenhuis hoorden. 's Zondags mochten wij altijd lopend naar een Tante en Oom in de Elandstraat, maar om vijf uur moesten wij weer in het Maagdenhuis zijn.
In de grote vakantie gingen de kinderen van de kleine zaal drie weken op vakantie naar Tilburg. Wij verbleven op de kostschool van de Zusters van Liefde. (de kinderen van de kostschool waren allemaal naar huis). Terug in Amsterdam werden er ook dagtochten met de bus georganiseerd. Helaas was ik toen ziek, maar ik werd er wel verwend met een speelgoedbeest, ijs en priklimonade.
Wij vonden dat prachtig want wij waren nog nooit op vakantie en dagjes uit geweest. Ook gingen wij vaak naar een speeltuin.
Verjaardagen, Sinterklaas en Kerst werden groots gevierd zelfs met cadeautjes.
Mijn zussen hadden het ook naar hun zin, zij kregen zelfs zakgeld. Wat zij thuis niet kregen.
Toen wij in januari hoorden dat wij weer naar huis moesten, wilden wij niet want wij hadden het daar veel beter dan thuis.
Maar helaas moesten wij weer naar huis. De Maagdenhuisperiode geeft ons nog steeds een fijn gevoel.
G.M. Plantema, Bennebroek
|