Stalen naalden, tienergeweld en fixetive
Het is 1954. Mijn leeftijd is 14 jaar en ik zit op de ambachtschool in Hilversum. De muziekkeuze in die tijd (via de zendgemachtigde vanuit mijn woonplaats) zorgde er voor dat je gedwongen was te luisteren naar artiesten als Max van Praag  (O mooie Westertoren), Eddie Christiani (Zonnig Madeira) en Joop de Knecht (Ik sta op wacht)

Al snel kwam ik in het bezit van een platenspeler. Het was er al een met een electro- motor, maar wel met losse, voor de breekbare bakelieten 78 toeren platen geschikte, stalen afspeelnaalden. De speler moest worden aangesloten op de radio van mijn ouders, iets wat in die tijd wel wat voeten in de aarde gaf. Een radio in die tijd was een meubelstuk,een heel bezit.

Diezelfde radio zorgde er voor dat ik af en toe kon luisteren naar radio Luxemburg en het zondagmiddag-verzoekplaten programma van de AVRO.
En zo kon het zijn dat het die muziek vanuit Amerika was die ik toch wel heel leuk begon te vinden. Zangers en groepen zoals Guy Mitchel (Sip and Soda), Frankie Laine (Mule Train) de Four Knights (Oh Baby Mine) trokken mijn aandacht.
De muziek in die tijd was wel wat soft, maar ja je wist ook niet veel beter.

Klassiek, soms wat oude Jazz of ”Peter en de Wolf” waren de muzieklessen die de leraar op school behandelde ofwel ons bij probeerde te brengen.
 
En toen opeens waren daar Lionel Hampton (jazz in de Houtrusthallen) en Johnny Ray (de zingende huilebalk bij de AVRO) die plotseling tijdens een bezoek aan ons landje wel voor heel veel leven in de brouwerij zorgden. Het vormde langzamerhand mijn voorkeur en gevoel voor wat ik leuk vond.

Via wat klusjes kon ik de 3,50 gulden bij elkaar sparen om eens in de zoveel tijd zelf mijn favoriete plaat te gaan kopen.
Dé platenzaak voor mij was die van Ger de Roos in de Stationstraat in Hilversum.
Een, voor die tijd, moderne zaak met cabines zodat je in alle rust je favoriete muziek kon afluisteren voor je tot de aankoop over ging. Daarnaast wilde je graag weten of er wat nieuws was op muziekgebied. En zo gebeurde het dat de heer de Roos mij eind 1954 vertelde, dat hij een plaat had met de nieuwste soort muziek uit Amerika.
De zanger was éne Bill Haley and his Comets en de muziek noemden ze Rock and Roll.
Dit moest het volgens hem helemaal gaan worden!!

Op de plaat (geel etiket van het merk Ronnex) die hij mij mee gaf om af te luisteren stonden de voor mij onbekende nummers te weten: Farewell so long goodbye en Live it up.
Ik hoefde niet lang na te denken om deze plaat te kopen. Wat een lekker ritme!
Deze plaat heb ik grijs (dat kon nog met de stalen naalden) gedraaid, vaak tot groot ongenoegen van mijn ouders.

In 1955 was er de film Blackboard Jungle, een film over tienergeweld (ook toen al) in de VS, met daar in  het nummer Rock around the clock, ook nu van Bill Haley. Deze plaat moest ik, dat wist ik zeker, snel aan mijn verzameling gaan toevoegen.
Het vervangen van de steeds weer botte losse stalen naalden was geen gelukkige bezigheid. Tijdens de aankoop van de eerder genoemde rockplaat vertelde de heer de Roos mij dat het gebruik van een z.g. saffier de oplossing was om het naalden -vervangingsprobleem op te lossen. Dit materiaal was zo hard dat het vele malen langer mee zou kunnen dan de stalen naald. Één ding vergat hij mij er bij te vertellen (of hij wist het niet). Het gewicht van de arm/element van de platenspeler moest instelbaar zijn.
Als een beitel deed de saffier zijn werk en binnen de kortste tijd was mijn Rock around the clock plaat meer dan grijs gedraaid.

De rock and roll muziek had mij te pakken. De film Rock around the clock, die in Nederland voor nog al wat onrust zorgde, heb ik in de Rex bioscoop in mijn geboortedorp mogen zien. Wát een beleving.
Daarna bezocht ik de films Don’t knock the rock en The girl can’t help it. Genieten van al die artiesten en het daarbij behorende geluid wat zij voortbrachten!
Het draaien thuis van Tutti Frutti van Little Richard bracht wel mijn ouders tot wanhoop.
Het Elvis-tijdperk brak aan en dát was het voor mij vanaf dat moment!

De groene pot fixetive van de Hema (de verre voorloper van de huidige gel) en het z.g, kippenkontje achter in mijn, toen nog zwarte door de fixetive keihard geworden haar, en mijn Elviskuif zorgden er voor dat ik er helemaal bij hoorde.
De 78 toerenplaat werd vervangen door de 33 en 45 toeren EP, single en LP.
Ook de platenspeler was er nu dus één met verschillende toeren en een goede naald.
Verder werd de fixetive door mij vervangen door de meer glimmende maar zachte Brylcream. Eind ’50 was de kuif inmiddels al wat dunner geworden.
De jaren ’50: het blijft voor mij een mooie herinnering.
 
 
M. Seuren, Hilversum

Reacties: