Een misdienaar bij de zusters
Salve regina, mater misericordia, iljos tua misericordia.
De stemmen vam de zusters in de kleine kapel van het zusterhuis klinken sereen maar nog wel wat nuchter. De dag is nog maar net begonnen. De zon probeert met zachte dwang de gebrandschilderde ramen boven het altaar al wat warmte te geven. De kaarsen branden, de bloemen zijn ververst, het damast ligt maagdelijk op het altaarblok. Alles is gereed voor het begin van de dagelijkse liturgie.
Het is 7 uur. Het klokje laat zich horen. De kapelaan komt uit de sacristie en ik loop voor hem uit in mijn rode toog en kraakheldere superplie.. Misdienaar zijn bij de zusters is net 'n beetje anders als in de grote kerk.
De kleine kapel, de aanwezigheid van zo'n twintig zusters, de rust van het vroege uur, ook voor 'n jongen van 13 is de intimiteit voerlbaar. De stilte wordt enkel onderbroken door het geblader in de gebedenboeken. De missalen zijn nog nieuw. Nihil Opstat 7de druk 1955, staat er op de eerste bladwijze.
Ik moet goed opletten want kapelaan Saulen houdt van opschieten.
Confiteor deo omnipotentie, beatae mariae semper.... hij gaat wel snel vanmorgen.... Mera culpa, mea culpa mea maxima culpa... Ik moet dadelijk voorzichtig zijn met de ampullen, ze verschuiven heel snel op dat zilveren blaadje.
Nu voorzichtig gieten...zo, hij wil veel water bij de wijn... Dominus vobiscum, et cum spiritu tuo... Ik laat de belletjes rinkelen.
Bij de consecratie neemt Kapelaan Saulen de rust die daarbij hoort. Maar dan klinkt daar toch heel snel... Agnus Dei qui tollis peccata mundi dona nobis pacem.
Zuster Adelarde wordt door een medezuster naar voren gereden om de H. communie te ontvangen. Dan volgen de andere zusters. Wat ruisen die rokken mooi. Hoeveel rokken zullen ze wel niet aanhebben? Dragen zusters gewone onderbroeken of misschien wel van die lange pijpen met van die bandjes onder hun knie? Die grote kappen op hun hoofd
lijken me best lastig, je kan alleen maar voor je uit kijken.
Ita missa est, deo gratias. Zo het is weer volbracht, zegt de kapelaan in de sacristie. Tot morgen dan maar weer.
Ik mag nu naar de keuken, naar de keukenzuster met dat grote blauwe schort voor, ze heeft van dat lekkere zelfgebakken brood en warme melk en dan zegt ze elke keer: ,,Jij lust er nog wel eentje'', en dan kijkt ze net als mijn moeder.

Dick Groot
Reacties: