Een jonge moeder in de jaren '50 (2)
Zo hadden we dus een baby en waren we gelukkig.Van de vorige bewoners hadden wij de kolenhaard overgenomen. Rond van boven,maar er kon nog wel een keteltjes op staan. Dat was makkelijk voor koffie of theewater. Brandstof was duur,dus in de maand mei als het vakantiegeld kwam, besteedden wij dat aan antraciet en lieten dan het kolenhok op het kleine plaatsje volgooien met brandstof.
Onderin het hok was een schuifje waardoor je met een kolenschepje (ovaal met een kort houten handvat) de kolenkit kon volscheppen. Die kit had zijn vaste plekje naast de haard. Werd het vuur in de kachel minder, dan deed je het klepje bovenin open en kon je zo wat kolen op het vuur gooien. Onderin was de asla. Die moest s'morgens worden geleegd. Dat was geen pretje. Als er wind stond kreeg je wel eens een asregen in je gezicht als je de la in de vuilnisbak wilde legen. Maar ja het hoorde erbij.

Bij een postorderbedrijf in Hulst had ik een vloerkleedje gekocht voor in de voorkamer onder de kloostertafel. Als het zonnetje dan scheen en ik door de glazen tussendeuren naar de voorkamer keek dan was ik trots. Toen de baby er was kreeg ik het druk, en met het oog op de hygiëne moest ik stoppen met het vegen met stoffer en blik en besloten wij een stofzuiger te kopen. Maar ja die was duur: 100 gulden, dat kon bruin niet trekken. Dan maar op afbetaling. Per maand moest ik 10 gulden betalen en na afloop nog eens 10 gulden rente. Wat duurde dat jaar lang en toen nam ik me voor om nooit meer op afbetaling te kopen. Daar heb ik me ook altijd aan gehouden. Eerst maar sparen.

Ook kleding kopen was duur. Gelukkig dankte mijn schoonmoeder nu ze oud was, haar naaimachine af en die kreeg ik. Hij was nog zo goed als nieuw, van het merk Löwenstein. Omdat die machine blijkbaar was uitgebracht in het jaar dat Wilhelmina Koningin werd (1898), stond er ook nog de naam WILHELMINA op. In de oorlogsjaren had ik naailes gehad van de nonnetjes toen wij in die tijd in een West-Fries dorpje woonde. Dat kwam nu mooi van pas. Dus een lapje kopen bij Eska in de Koningstraat. Altijd iets meer dan ik voor een jurk nodig had,dan kon er uit de rest nog een jurkje voor de baby. Zo maakte ik de meeste kleding zelf. Toen er nog een meisje bij kwam, werden het vaak 3 jurkjes uit een lap.

Zaterdagmorgen werden de ramen gelapt, en aan de straatkant tevens de stoep geboend, nadat mijn man met een aardappelschilmesje het onkruid tussen de stenen had gekrabd. Deed je dat niet dan had je kans dat er een agent aan de deur kwam om je te waarschuwen. Na stoep werden dan nog de koperen deurbel, de deurknop en de klep van de brievenbus gepoetst. Dan was het tijd om boodschappen te doen. De slager, melkboer,groenteboer en bakker woonden allemaal vlakbij. Dat was makkelijk.

De Vivo-kruidenier was mijn buurman. Daar haalde ik door de week wel eens een vergeten boodschapje, wat dan in het boodschappenboekje werd opgeschreven en ik dat zaterdags betaalde. Als het zaterdagavond was gingen we vaak bij de buren - die van onze leeftijd waren -een potje sjoelen. Koffie met een koekje erbij en aan het eind van de avond een kopje soep die 's middags al voor de zondag was gemaakt.

Marian Priem-Ewalt, Den Helder
Reacties:
  
Persoonlijke info onthouden?


 

  ( Registreren / Inloggen )