Ik woonde net buiten het dorp Nibbixwoud en we gingen altijd lopend naar school, zo'n twintig minuten lopen. Als oudste van negen kinderen, had ik altijd broertjes of zusjes aan de hand. Op de dag van het vormen moesten we naar de kerk van Wognum, toen nog een oude, donkere kerk.
Het was een gewone dag door de week, helemaal geen feestelijke zondag of zaterdagavond. Mijn vader was natuurlijk naar zijn werk en mijn moeder kon met al die kleine kinderen thuis ook niet mee. Wel moest mijn broer mee, die anderhalf jaar jonger was, want ook hij werd gevormd.
Zo ging ik op mijn moeders fiets, met mijn broer achterop, die net zo zwaar was als ik, in de stromende regen op weg naar Wognum. Daar aangekomen zaten we ergens achterin die donkere kerk, zagen niets en kan ik mij verder ook niet veel meer van herrinneren.
Maar als ik nu zo'n verhaal in de krant lees, dan denk ik: 'Wat nu onbekommerd?' Ik moet er wel bij vertellen dat ik het helemaal niet bezwaarlijk vond zoals het thuis ging met al die kinderen.
Je was er aan gewend. Heb ook nooit met tegenzin mijn moeder goholpen, wat natuurlijk ook heel gewoon was als je de oudste was. Ik was al gauw groot, en moederde over de kleintjes. Dat was helemaal niet verkeerd.
Annie Buijsman-Buis, Lutjebroek |