Hein is aan de beurt om de koeien te melken. Dit gebeurt op de
Hilversumse meent, in gebruik door Stad en Lande zijn moeder dit is een
erfgooier. Je mocht er 12 koeien en een paard hebben lopen.
Gijs, de goosje
Heel het dorp leek wel bezaaid te zijn met mannen die maar één doel
hadden: het leven van ons Rijnsburgers zo prettig en makkelijk mogelijk
te maken. De slagers met een grote mand vóór op de fiets, de melkboer
en de groentenboer met paard en wagen, de visboeren die hun waren
aanprezen met hun luide roep. De bakkers en de lorrenboeren met hun
bakfiets, van tijd tot tijd de scharensliep, en niet te vergeten de
goosjes (negotie) of marskramers, mannen die regelmatig met een
koffertje vol garen, band, pleisters, kammen, knopen, knijpers en wat
dies meer zij, aan de deur kwamen om zo hun kostje bij elkaar te
scharrelen.
Een perremanentje, net als de dames van plezier
Mijn oma had vroeger samen met mijn opa een kruidenierswinkel op de Gelderse kade in Amsterdam. Hard werken, ze kon er mooi over vertellen.
Huilreportage
Op maandag was het wasdag en mijn moeder moest toen vaak even naar de schuur om de was te doen en mijn zusje begon altijd te huilen als mama uit het zicht was.
Ik probeerde haar te troosten, maar dat lukte meestal niet. Op deze dag kwam er een thuisfotograaf langs en die heeft een reportage van ons gemaakt die we de "huilreportage" noemen.
Ineke van der Veek, Lisse
Onbekommerd verleden
Schuim slaan kon mijn vader als de beste. Een rijke, volle laag sierde
elke ochtend kort zijn wangen, nonchalant veegde hij met de nagel van
zijn linkerduim het schuim van de lippen. Hij zag er dan uit als een
witte neger.
Amandelen knippen
In de laatste klas van de Katholieke meisjesschool werden we voor het
eerst onderzocht door een schoolarts. In die tijd was ik behoorlijk
doof. Dat zat in de familie, zei men. De arts constateerde vergrootte
neusamandelen. Die moesten eruit.
Familie-album
Jan Wagenaar
Kokend water bij de kruidenier
Ik had een tante in Schiedam, die kon voor een klein bedrag een emmer kokend water kopen bij de waterstoker; dat was gewoon de kruidenier. Wij hadden thuis gas en lichtpenningen voor in de meter. Als het op was zaten we in het donker, dan werd er gauw een zilveren gulden in gedaan.
Mevr. B.Snoek-v.d.Waarden, Weesp
Grauwe erwten dorsen voor een Amerikaanse camera
Op de foto is mijn vader aan het grauwe erwten dorsen met de vlegel.
Dit gebeurde elk jaar in augustus achter het huis. De erwten waren voor
eigen gebruik, nu wel, maar in de voorgaande jaren werden er ook
bewaard als zaaigoed voor het volgende jaar, voor al in de oorlog. Als
de erwten er uit waren werden ze op een dienblad gedaan en moesten we
de slechte er uit halen. Dat was een naar werkje, erwt voor erwt
bekijken.
Rijke huisbaas
Ik ben opgegroeid in Amsterdam-West in de jaren vijftig. De vuilmisman
uit die dagen was een van de velen die door de straat kwamen; de
bakker, melkboer en groenteman niet. Mijn vader was slager dus die
zorgde zelf voor het vlees. Maar wel kwam de voddenman met een
bakfiets, de schilleboer met een paard en wagen, de ijskar van Jamin.
Op zondagmiddag de zuurkar. Daarbij liep een vrouw met een zwart mutsje
op en ze riep: ,,Uitjes uit de wijnazijn, mooie komkommer en zure
hááááring...
Buiten de stad
Tot 1955 had ik een baan in Leiden. We werkten toen 45 uur in de week.
Ook op zaterdagochtend werd er gewerkt. Tussen de middag was voldoende
tijd om naar huis terug te fietsen, om de warme maaltijd te nuttigen.
Man was dan ook verplicht in de plaats te wonen waar men werkte. Een
personeelslid kon in Leiderdorp een goede nieuwe woning krijgen, wat in
Leiden onmogelijk was. Maar aangezien Leiderdorp een eigen gemeente
had, werd het beschouwd als 'buiten de stad' wonen. Hij vroeg hiervoor
dan ook toestemming. Zo'n verzoek had zich nog nooit eerder
voorgedaan.Het werd dan ook hoog opgenomen. De directie van het bedrijf
besloot het goed te keuren. De afstand bleek in redelijke tijd te
fietsen. Het werk zou er geen schade door kunnen lijden.
Een fiets voor een duppie
Ik ben geboren in 's-Gravenhage in de Bethlehemkliniek in de zomer van
het jaar 1944. De hongerwinter voor het westen van ons land moest nog
komen. Ons gezin woonde in Voorburg alwaar mijn vader onderwijzer was
op een rooms-katholieke jongensschool. Wij woonden met zijn zessen in
een portiekwoning aan de Montfoortstraat 33, twee hoog. Heerlijk vond
ik dat boven wonen, want dan kon ik door het voorkamerraam heerlijk
naar buiten kijken.
Het leven op de Nieuwesluis in de jaren tussen 1950 en 1965
Mijn naam is Jan van der wal, ik ben geboren op 21 maart 1950 in het
huis met nummer elf op de Nieuwesluis Tegenwoordig is dat huis no. 13
een dubbel woonhuis toen, onze buren aan de rechterkant waren de
familie De Jong met de kinderen Geeske, Trudie en Harry, maar ik denk
dat ze nog meer kinderen hadden, maar dat kan ik mij niet meer
herinneren en aan de linkerkant Cor Wijn, de postbode met z`n vrouw.
Toen ik ongeveer vijf jaar was zijn we verhuisd naar huisnummer 37 wat
tegenwoordig no. 51 is, het allerlaatste huis aan het eind bij de
pishoek. Ik woonde daar met m’n vader en moeder Ep van der Wal en Stien
Mereboer en m’n broers IJsbrand en Jaap. Ik was de jongste van het
gezin. Ik weet me nog te herinneren wat er in die jaren langs de deur
kwam, (1955 tot 1965). En wat voor bedrijvigheid er allemaal was.
Berliner bol
In Amsterdam Oud Zuid kwam in de 50 er jaren langs:
Berliner Bol!
Wie zijn vrouwtje wil tracteren
moet Berliner bollen proberen
Berliner Bol!
Bij de koffie, bij de thee
neem je Berliner Bollen mee
Berliner Bol!!!!
H.F. Arentsen
De mannen aan de deur
Toen ik weer een verhaal uit het verleden las, moest ik denken
aan de mensen die in mijn jeugd in Amsterdam tussen 1947 en 1957 langs
de deur kwamen. Daar had je bijvoorbeeld de 'poetsman' dat was een
klein mager mannetje met een alpinopetje in een vlekkerige regenjas,
die langs de deuren ging om het koper dat op de buitenkant van het huis
zat te poetsen, de deurknop, brievenbus en de bel.