De motorman
De vrije zondag zou deze keer eens benut worden voor een bezoekje aan Oma. Vanuit Zuid-Holland richting Noord-Holland rijdend genoot ik volop van de mooie zomerochtend. Heerlijk op het zweefzadel van onze motor zittend zwaaide ik vrolijk naar de man van de wegenwacht, op zijn gele motor met zijspan.
Mijn eerste auto, een DAF 600!
We waren al enkele jaren getrouwd, we hadden nog geen kinderen en we spaarden voor een zeilboot, toen mijn moeder opeens met het voorstel kwam, dat we i.p.v. een zeilboot beter een autootje konden kopen, en zij zou dan ook wat geld erbij leggen ! En zo hebben wij, heel dankbaar en vol trots, onze eerste 2e hands-auto gekocht, een DAF 600.We woonden in een toen nog erg katholiek dorp en al gauw ging het praatje : “Eerst een auto en nog geen kinderen ?”!!! Daarna kregen wij een zoon en een dochter, heel gelukkig.
Wiedewoep van je hopsasa
Toen ik kind was, woonde ik in Haarlem in het Bavodorp. Geen auto's, alleen handkarren of de schillenboer met zijn paard. Het spel dat wij buiten speelden ging als volgt: twee groepen kinderen gingen in het midden van de straat gearmd tegenover elkaar staan. De ene groep deed een stap achteruit en zong dan: ,,Lie, lie, kermislie, zet een potje lie!''
Eerst maar eens een fatsoenlijke muts
Mijn wiegje stond in Ravenstein, een klein, oud en mooi stadje aan de Brabantse oever van de Maas. Op 1 mei 1946, werd mijn moeder ’s ochtends in het gasthuis bij de nonnetjes opgenomen, waar ik later die dag met hulp van dokter Sluyters, de enige huisarts in de omgeving, ter wereld kwam. “Geboren op de Dag van de Arbeid en ze heeft niet eens rood haar!”, riep hij uit.
Mijn aankomst in Nederland
Hoewel het meer dan een halve eeuw  geleden is dat ik als dertienjarige jongen met mijn ouders vanuit het toenmalige Nederlands-Indië  in Nederland aankwam, kan ik me die dag van aankomst nog heel goed voor de geest halen.
Een fris en stevig briesje waaide over het promenadedek van het m.s. "De Tegelberg" op die vroege en donkere morgen van de zeventiende juni. We voeren voor de Nederlandse kust richting IJmuiden. De Tegelberg  vervoerde op deze reis meer dan 1800 mannen, vrouwen en kinderen. In de ruimen van het voorschip sliepen de mannen en jongens van 10 jaar en ouder en in het achterschip de vrouwen en kinderen tot 10 jaar. Enkele weken geleden zijn wij uit Tandjong Priok, de haven van Batavia vertrokken.
Gelukkig met pattelille

De uitdrukking 'tripelen' heb ik nog nooit gehoord, maar in de jaren vijftig woonden wij met een hele groep families uit Indonesië bij elkaar in een buurtje en speelden we veel rover en reizigertje, maar een steeds terug komend spel was het spel zoals in het artikel genoemd, wij noemden het echter iets als pattelille. Er was nog een andere naam, die weet ik niet meer. Vaak gedacht: ”Zouden er nog kinderen zijn die dit spel spelen?” De spelregels, alles klopt, alleen hadden wij een weilandje in de buurt en konden we ook wel een sleuf in de grond maken i.p.v. de stenen. Helaas is dit alleen een herinnering, geen foto’s. Wel een goede herinnering, met niets gelukkig zijn en je vermaken met zo’n groep, ook nog verschillend in leeftijd.

Sonja Arnoldus-Hemsing

Volks cricket of putslag
Recentelijk las ik over het "volkse cricket". Dat was een enigszins bekend spelletje, in Utrecht speelden we dat ook al werd dat door ons "putslag" genoemd. Er werd een houtje van zo'n 15 centimeter een beetje puntig gesneden en dat werd op de rand van een putdeksel gelegd.
īk Weet niet waar je woont
Ik woonde in Den Haag en het volgende aftelversje werd regelmatig gezongen, terwijl de kinderen om de beurt werden aangewezen.

Boer mag ik een peentje?
‘k weet niet waar je woont.
‘k woon al op de Dennenweg,
daar groeien de peentjes langs de weg.
Boer mag ik een peentje? ‘k weet niet waar je woont.

Acht gestikt in Havermout

Of het volgende aftelversje aardig was? Dat ik het indertijd bizar vond staat mij nog goed voor de geest. Ik hoorde het van Nelie Wiegman, het was 1955 en we zaten op de Openbare Lagere School te Westerland. De school was toen nog gevestigd op z`n oude plaats naast de kerk, nu is daar het dorpshuis.

Het ging als volgt:

Heden overleden juffrouw Smit
Twee schele ogen en een hazelip.
Twintig kinderen twaalf getrouwd, acht gestikt in de havermout.
Iet wiet waait is eerlijk weg.

Marietje Boersen-Bron, Hippolytushoef

De Wegenwacht op pad

J. Vermeulen, film en fotoarchief ANWB

Ganzenborden
Is deze foto niet heerlijk onbekommerd? Ganzenborden speelden we kennelijk op die zondagmorgen, in de eerste helft van de jaren vijftig. De zondagochtend was het vaste wekelijkse moment van mijn ouders, mijn broertje en mij om spelletjes te doen.
De Mariaschool in actie

Ik heb destijds met drie meiden intensief kranten opgehaald. Ik zat in de 4de klas lagere school. Ik ben nu 59 jaar,dus reken maar uit. In een van de kranten toen is aandacht geschonken aan onze actie om geld in te zamelen voor de bouw van een nieuw seminarie.

Barry Brama

Langs de deur
In de krant stond het verhaal van de schillenboer en de bakker die langs de deur kwamen. En ook de man van het ziekenfonds. Maar bij heel veel mensen kwam ook de man van het dooienfonds langs.  Ook de man van de vakbond en van de speeltuinvereniging kwam contributie innen. De kruidenier kwam met bakfiets of met de transportfiets, met grote mand boodschappen voorop, de bestellingen brengen. En dan kwam ook de voddenboer langs: Lorruhh, lorre en oude metaluhhh….. was de roep als hij met bel en handkar langskwam. Ook de melkboer met zijn melkbussen op de bakfiets en het litermaatje en halve- litermaatje reed dagelijks zijn ronde.

M. Glandorf
De meester heeft een sik
Misschien overbekend, dat weet ik niet, maar ik stuur hem toch:
 
"Ikke, pikke, porretje
de meester heeft een snorretje
de meester heeft een sik
af ben ík."
 
A.C. de Jong Schouwenburg
Thuis in het Maagdenhuis
In juni 1951 werden wij (vier zussen Veva (7), Bep (8), Cor (11) en Ank van 12 jaar) naar het weeshuis Maagdenhuis in Amsterdam (mijn moeder heeft daar vanaf haar derde tot en met haar achttiende jaar gewoond) gebracht en mijn twee broertjes (Ton (5) en Jos van 6 jaar) gingen naar het St. Jozefs Kindertehuis op de hoek van de Zijlsingel/Brouwersvaart en mijn 2 oudste broers (Jan 13- en Piet van14 jaar) bleven thuis. Waarom? Mijn moeder was ziek,maar later bleek dat zij in verwachting was. Dat hoorde ik pas toen mijn broertje Paul op 27 november geboren was.
Eigen Schuld, dikke Bult
Het gebeurde in 1958. Op een lagere school. Het gebouw was een zgn Finse school. Dat wil zeggen: laagbouw met asfaltpapier op het dak. Die dakbedekking was niet van de beste kwaliteit en menigmaal moest de hulp ingeroepen worden van een loodgieter. De school was pas in 1957 in gebruik als lagere school.
Mijn eerste "juffen" op school
Het is het jaar 1952. De nieuwe eerste klas op de grote school was niet groen, de muren okergeel. Heel veel kinderen die allemaal even onzeker waren als ik. Een beetje achterin zat ik in de middelste rij. Voorin de klas was een podium, waardoor de juffrouw altijd naar beneden moest kijken en ze kende iedereen binnen een dag al bij de naam.
De Merkenolympiade
Het moet ergens in de jaren 1947-1948 voorgevallen zijn. In veel kranten stond toen op een dag een hele pagina met , ik denk zo ongeveer 60 kleine advertenties. In kleur , en dat was al bijzonder genoeg toen. Alle advertenties hadden exact hetzelfde formaat. Meestal stond er slechts het logo of het product van het bedrijf/fabriek op.
Een bleekneusje naar de vakantiekolonie
Ik was een bleekneusje, daarom moest ik met een ander zusje in 1957 naar de vakantiekolonie. Dat gebeurde in de zomervakantie om maar niets van de school te missen. Ik was toen bijna elf jaar en mijn zusje acht jaar. Wij moesten naar Hellendoorn (Overijssel). De vakantiekolonie heette 'De Reggeberg'.
Gebedjes uit mijn jeugd

Niet te geloven, hoe dat was begin jaren '50! Het engelen gebedje lijkt eigenlijk best modern in vergelijking met de de andere twee. Het plaatje van de Heilige Kindsheid [Die naam alleen al!] komt uit de tijd van het zilverpapier en melkflesdoppen sparen voor de Missie. We namen dat mee naar school. De Heiligen plaatjes kregen we op school als beloning voor hoge cijfers of erg goed je best doen. We verzamelden ze en ik heb ze nog steeds.

De ondeugende zoon
In vroeger jaren was het de gewoonte in veel roomse gezinnen om voor het slapen gaan de rozenkrans te bidden. Zo hadden wij een oom en tante waar dit ook elke avond gebeurde. Ze hadden een heel stel kinderen die dan braaf op hun knietjes de hele rozenkrans + litanie afraffelden. Moeder bad voor en vader en de kinderen deden de rest.
Gebarentaal der Indianen
Ik kan mij het verzamelen van plaatjes bij sigaretten, kauwgom of zelfs chocoladerepen nog goed herinneren.
Hoe krijg je toch je zin!
In de jaren 50 was het de gewoonte de koningin op 30 april met vaderlandse liederen toe te juichen. Dat had plaats op de Grote Markt.
Alleen de 6de klas “mocht” meedoen. Lopend ging het vanuit Haarlem-Noord naar de Ripperdakazerne. Aldaar ontving elke deelnemer een vlag met een stok van ongeveer 125 centimeter. Binnen de kortste tijd gingen de jongens elkaar pesten door met de stok op de diverse hoofden te tikken.
Hoe vervoer ik een explosief ?
Naast onze lagere school was een landje: een braakliggend trapveldje. Voor dat de school begon vermaakten de leerlingen zich daar.  Tot op zekere dag een leerling bij de meester kwam met de mededeling: ”Meester, d’r ligt een bom op het landje.
Het Petje
Geweldig om het verhaal van het Petje te lezen. Hier volgt de tekst, ik kreeg het in de begin jaren zestig, misschien zelfs in 1959.  Het moet ook met de juiste gebaren worden voorgedragen.
Hard werken bij de Nederlandse meisjesclub
De kroniek over de padvinderij trof mij in het hart. Het was een enige tijd, zelf werd ik als 11-jarige gevraagd lid te worden van een meisjesclub. Dat heeft mij een grote ontwikkeling gegeven. Precies op een goed moment en daar heb ik al heel vroeg leidsters als Corrie ten Boom uit Haarlem ontmoet.